Industriecasus

De Nederlandse zware industrie, denk aan raffinage, staalproductie, kunstmestproductie en chemie, begint aan zijn transitie naar duurzame productie. Deze sectoren zijn erg energie-intensief en zijn momenteel verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de Nederlandse CO2 uitstoot alsook andere schadelijke emissies.

Om de zware industrie te verduurzamen wordt vaak naar waterstof (H2) gekeken. Dat komt omdat waterstof als (hoge temperatuur) warmtebron kan dienen en bovendien ook als grondstof voor productie van kunstmest en staal gebruikt kan worden.

Om waterstof, een energiedrager, duurzaam te produceren, is een duurzame energiebron nodig. Nederland zet daarvoor in op grootschalige energieproductie met windmolens op de noordzee. De Plannen windenergie op zee 2030-2050 geven een indruk van de omvang van deze taak. Het kabinet verwacht dat we de opgewekte windenergie op zee in de toekomst voor een groot deel omzetten in waterstof. Die waterstof zal via de waterstofbackbone naar de verschillende grootverbruikers getransporteerd worden.

In deze casus kun je een aantal typerende uitdagingen en oplossingen voor de verduurzaming van de Nederlandse industrie verkennen.

Bij de chemische- en raffinage-industrieën blijven koolstof-gebaseerde producten een belangrijke rol spelen. Hierbij is het zaak om voldoende duurzame koolstof, vaak uit biomassa, te verkrijgen. Voor de overzichtelijkheid worden deze twee takken van de industrie in deze casus buiten beschouwing gelaten.